‘’Niet wie te weinig heeft is arm, maar wie meer wil hebben’’

 

je verdwijnt
terwijl je blijft
voel je in alles
maar grijp mis
en ik tast
in het duister
waar ik fluister
dat ik je mis

ik zie je strijden
en kijk mijn eigen
diepe pijnen
regelrecht
in de bek
ik voel ze
schrijnen
mijn hart bloedt
en ook ik vecht
om te blijven

waanzin aangetikt
aan, en getikt

je glipt
en we hebben
geen grip

met al je streken
je foute kreten
ben je verrijkend
voor mijn leven
gebleken
veelbetekenend

de hemel in geprezen
rauwe waarheden
niet vermeden
met jouw kijk
de mijne verrijkt
dat ik jou
mocht beleven

ik heb jou
jij hebt mij
net zoveel
kleur gegeven

dat jij nu
in hogere sferen
mag verkeren
is je gegeven
in velen
zul je voortleven

tot een wederzien
in de eeuwige jachtvelden
ik maak er nog even
een zootje van beneden
tot dan grote vriend

 



weet je nog, toen?

we hebben elkaar
nooit niet gekend

gemis op aarde
zul je zijn
maar zielsverwanten
zijn we altijd 

we konden
zo goed kloten
als kleine koters
de wereld veroveren

je lach
dendert voor altijd
door me heen

je stralende ogen
nu van boven
strijken op me neer
ik voel het
en glimlach terug

oh lief schatje van me
kom je me soms plagen?
zoals je ook op aarde deed 

 

 

 

 

dat ik jou
zo diep voel
in mijn hart
zijn alle
tranen waard
ik huil
de gehele zee
waarin jij 
bent gegaan
bij elkaar

 

het werkt niet tussen ons

en het is juist daarom

dat je niet ziet waarom

als blikken
van de ogen
der kritiek
konden doden

dan stierf
het gros van de mens
een pijnlijke dood
uit liefdesnood

als zachte ogen
de blik der liefde
jegens onszelve
eens overwogen

dan is de mens in staat
de tijd pijnloos te doden
zichzelf te bekijken
met warme ogen

stroperige tranen
van honingsgeluk
ze spaart ze
voor degene
die zich
aan de paden
naar de honing
in haar ogen
mag laven

bloeddorstigheid ten tonele gebracht
als zijnde een dierlijk gepassioneerde
de scheidingslijn draadkrachtig
gesponnen in misplaatste weelde
om kapot te vrijen

langs een palet aan emoties

voeren wellustige, weerbarstige lijven
gespeend van nuance
vurige conversaties doordrenkt van
onverteerbare hunkering


overspoelde mengelmoes

allegaartje aan gemoederen
onderhevig
aan besmeuren van kleuren
gesmeerd door de geuren
lossen de lijven op
in de eeuwigheid der verlangen